HET ONTSTAAN VAN DE SPELEN
In Rotterdam was het “Rotterdam's Comité ter behartiging van Nationale belangen” ontstaan. Zij waren verantwoordelijk voor de Koninginnedag viering. Vanaf 1948 werd dat de 30ste April.
Dit Comité gaf o.a. aan Willem van der Loos, voordrachtskunstenaar, regisseur, tekstschrijver en dichter in Rotterdam, opdracht om een wagenspel te formeren. De inhoud moest voornamelijk uit gebeurtenissen bestaan uit de geschiedenis van de stad Rotterdam. Er werd vanaf 1949 op Koninginnedag 4 maal een uitvoering gegeven. Er is een jaar geweest, dat er twee groepen waren, maar dat voldeed niet.
Vanaf 1954 ben ik als Inspiciënt bij de wagenspelen betrokken geweest.
De medewerkers aan de wagenspelen werden gevraagd via hun toneelvereniging. Sommige verenigingen weigerden er aan mee te werken, maar uiteindelijk ontstond er een cast.
In de beginne werd er gerepeteerd bij de familie Mink aan de Mathenesserlaan in Rotterdam, later in het eigen onderkomen van de N.A.T.U. in Overschie.
De voorstellingen gingen als volgt van start:
Het toneel werd op een vrachtwagen met aanhanger geladen. Natuurlijk was van tevoren gepland waar de vier voorstellingen zouden plaatsvinden. De vrachtwagen met aanhanger werden naast elkaar geplaatst. Hierop een groot vlonder en daarop de door de regie gewenste decor en attributen. De decors zijn jarenlang geleverd door Decorum en de Firma Bon Tollenaar uit Amsterdam. Tijdens de laatste repetities werden voor de costumering de maten van de speelsters en spelers opgenomen. Hiermee werd door regisseur Willem van der Loos en ondergetekende, bij kledingverhuur bedrijf van Nooijen in Rotterdam en ook wel bij Kledingverhuur bedrijf de Wit in Den Haag de kostuums uitgezocht.
De spelers verzamelden in de morgen van de 30ste april vanaf 07.00 uur in een Gymnastieklokaal een de Eendrachtstraat in Rotterdam. De kisten met kostuums stonden klaar, alsmede de broodnodige koffie. Er is in al die jaren met twee grimeurs gewerkt. De eerste grimeur was Leen van Eijk en later was zijn zoon Servaas van Eijk de aangewezen man. Beiden lieten zich natuurlijk assisteren. Ook de grime en pruikages waren van tevoren doorgesproken. Nadat iedereen was verkleed en gegrimeerd stond er vanaf ongeveer 09.00 uur een bus van de RET voor de deur waarin een half uur voor de eerste voorstelling werd ingestapt, afhankelijk van de afstand die gereden moest worden.
Aangekomen op de plaats werd de bus naast het toneel geplaatst en kon de voorstelling beginnen, Na de tweede voorstelling werd er in het Gymlokaal gegeten en na de vierde voorstelling afschminken en kleding inleveren.
De straatvoorstellingen werden steeds moeilijker. Hoofdzakelijk door de jongeren die de bijeenkomsten aangrepen om te rellen.